Toen mijn kinderen werden geboren, besloot ik geen fotoboeken voor ze te maken. Ik ben een digitale jongen en dus maakte ik een website om hun jonge avonturen op vast te leggen. De prachtige foto’s en verhalen werden alleen toegankelijk voor opa’s en oma’s, familie en goede vrienden en het online fotoboek werd gehost bij een Nederlandse hostingprovider.
Die partij werd echter overgenomen door een Amerikaans bedrijf. En daarmee kreeg dat bedrijf toegang tot mijn data en de data van mijn kinderen. Alle hostingbedrijven waar ik persoonlijk en met Voys zakelijk klant was werden overgenomen. De prijs van mijn hostingpakket? Die ging omhoog: met maar liefst 361% in 5 jaar.
Al jaren kopen Amerikaanse partijen Nederlandse softwarebedrijven op. En nu lijkt ook DigiD, het identificatiemiddel dat iedere Nederlandse burger bijna dagelijks gebruikt, in buitenlandse handen te vallen.
Gemeente Amsterdam koos voor een samenwerking met een partij, juist vanwege de lokale autonomie. Een maand later was die belofte nul waard. Dat is overigens niet gek, want het bedrijf was in handen van private equity. En private equity wil maar één ding: meer geld voor hun investering. Het was buitengewoon naïef van Gemeente Amsterdam om dat niet in te zien.
De geplande DigiD-overname zorgt voor een urgent gesprek over iets wat al jaren onder druk staat: de digitale autonomie van Nederland. We zijn totaal afhankelijk geworden van Amerikaanse bedrijven en ik zal Microsoft als voorbeeld nemen.
Het Nederlandse bedrijfsleven en de Nederlandse overheid betalen samen 3 tot 6 miljard euro per jaar aan dit bedrijf. In ruil daarvoor mogen we Office 365, Azure en Teams gebruiken. Bovendien investeren onze pensioenfondsen - ja, dat is ons geld - 95 miljard in de 7 grote Amerikaanse techbedrijven: Alphabet, Amazon, Apple, Meta, Microsoft, Nvidia en Tesla.